Persoonlijk
Vanaf maart 2006 tot mei 2010 was ik lid van de Haagse gemeenteraad. Namens het CDA Den Haag zat ik in de Rekeningencommissie, de commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën en heb ik enkele onderwerpen op het terrein van Bouwen en Wonen in de gemeenteraad behandeld. Vanaf 27 mei 2010 ben ik wethouder Jeugd, Welzijn en Sport in Den Haag.
Mijn naam is Karsten Klein en ik ben in 1977 geboren in de stad Groningen en opgegroeid op 't Hogeland van Groningen (prachtig bezongen door Ede Staal).
Via Leeuwarden en Enschede ben ik uiteindelijk in 2000 in Den Haag beland. Tijdens mijn studie wist ik al vroeg dat ik naar Den Haag wilde. Voor een bestuurskundige is Den Haag toch dé stad om te gaan werken. Ik woon er inderdaad met erg veel plezier.
Den Haag is een mooie, groene stad aan zee. Ook is Den Haag een wereldstad in wording. Daarnaast bestaat er een Den Haag met minder mooie kanten; onveilige gebieden, vuil, verloedering, overlast en drugsgebruik. Deze combinatie van verschillende kanten van Den Haag en het werken aan duurzame ontwikkelingen voor de Hagenaars om hierin verbeteringen aan te brengen zijn voor mij de drijfveer om dit werk te doen. Naast een Den Haag met grote internationale ambities moet er een fijn en leefbaar Den Haag voor de Hagenaars zijn. The Haque, where life is worth living!
Het werk als wethouder brengt veel vergaderen en overleg met zich mee, waardoor veel tijd op het stadhuis wordt doorgebracht. Dit is begrijpelijk en ook niet te voorkomen. De inspanning blijft natuurlijk gericht om zoveel mogelijk met mensen in de stad in contact te zijn om de problemen, maar ook de zaken die goed lopen, met eigen ogen te kunnen zien en horen.
Geen makkelijke opgave gezien de politieke overlegcultuur.
De vergaderingen zou ik kunnen beschrijven, maar onderstaande beschouwing van Godfried Bomans zegt eigenlijk genoeg over de omgangsvormen tijdens debatten en vergaderingen zoals ik die nog steeds ervaar:
Discussie
Je hoort bij ons zelden discussies in de zin van een gedachtenwisseling.
Je hoort twee monologen.
Degene, die niet aan het woord is, staat hoofdschuddend te wachten.
Hij luistert niet. Hij voelt zich onderbroken.
En hij duldt deze pijniging alleen door het besef, dadelijk weer aan de beurt te zijn.
(Godfried Bomans, Korte berichten)
Je hoort twee monologen.
Degene, die niet aan het woord is, staat hoofdschuddend te wachten.
Hij luistert niet. Hij voelt zich onderbroken.
En hij duldt deze pijniging alleen door het besef, dadelijk weer aan de beurt te zijn.
(Godfried Bomans, Korte berichten)

.jpg)
